#MissingType

Deze week lanceerde bloedbanken in de wereld de hashtag #MissingType. Ze zijn op zoek naar meer bloeddonoren met de specifieke bloedgroepen A, B en O. Er is in de afgelopen 10 jaar een daling van 30% in de donoren te zien, in Nederland blijft die daling volgens de NOS en bloedbank Sanquin beperkt tot 20%. Vooral onder jonge donoren hebben vrouwen de overhand en zijn ze opzoek naar mannelijke donoren. Want mannen mogen 5 keer per jaar doneren, in tegenstelling tot vrouwen die slechts 3 maal in een jaar een halve liter mogen aftappen.

Waar die schifting vandaan komt? Ik heb geen idee. Sanquin heeft mij al eerder laten weten een definitie van geslacht uit het jaar kruik te hanteren. Zo mocht ik voor mijn transitie geen seks hebben gehad met een man, maar na mijn geslachtswijziging was dat geen probleem. De bepalende factor is? De Basisregistratie Personen: het lettertje achter geslacht op je identiteitskaart bepaald of de bloedbank je behandeld als man of vrouw. Volstrekt arbitrair en in geen enkele wijze onderbouwd door medische of biologische factoren.

Van een vrouwelijke bloeddonor hoorde ik dat vrouwen minder vaak zouden mogen doneren omdat na een menstruatie de hemoglobinewaarde lager zou zijn. Maar als dat zo is, dan is het criterium niet een letter op je ID-kaart, maar ‘x dagen geleden ongesteld’. Ik ken een boel vrouwen, niet alleen transvrouwen die nooit menstrueren. Daarentegen ken ik ook voorbeelden van mannen die dat wel doen.

Zou het soms lichaamsmassa zijn, omdat je teveel volume kwijt raakt in een jaar? Ik ben prima materiaal voor full-contact sporten als rugby of roller derby en verplaats meer water dan menig man die vaker mag doneren dan ik. In dat geval zou het criterium gebaseerd moeten zijn op lichaamsgewicht, of -omvang.

Of het voor het bloed daadwerkelijk uitmaakt weet ik niet. Maar ik kan me voorstellen dat het in bepaalde gevallen nodig is om te weten of de bloeddonor XX of XY chromosomen heeft. Of dat het bloed is gegeven door iemand met testikels en prostaat, of juist met baarmoeder en eierstokken. Zulke dingen zouden een verschil kunnen maken, al rijkt mijn medische kennis over geslachten niet ver genoeg om daarover te oordelen. Daar vraagt Sanquin niet naar, enkel het juridische geslacht is naar eigen zeggen van belang.

Een opmerking die ik op Twitter maakte hierover kwam niet een duidelijk antwoord op. Op doorvragen van mijn kant heeft Sanquin niet meer gereageerd:

Ik ben trouwens blij dat ik de Social Media persoon van Sanquin niet ben. Ze hebben de nodige hoon over zich uitgestort gekregen over het uitsluiten van homo’s die in het afgelopen jaar seks hebben gehad met een andere man. Opmerkingen daarover werden door Sanquin vanuit een ivoren toren beantwoord. Dat ze internationaal geldende regels toepassen snap ik, maar de empathie met welwillende potentiële donoren die op basis van hun geaardheid worden uitgesloten was ver te zoeken. Zoals Fleur het op Twitter zegt:

Ik snap dat beleid eerlijk gezegd niet meer zo goed. Het is een regel die stamt uit de tijd dat HIV/Aids nog de mysterieuze homoziekte was. Toen men nog niet goed begreep wat het was en hoe de verspreiding kon worden voorkomen.

Anno 2016 is het zo dat je als monogame homo minstens een jaar geen seks meer mag hebben gehad met een man. Ben je een heteroseksuele man en heb je vorige week een onbeschermde one night stand gehad met een vrouw? Dan telt dat niet als een riscocontact volgens deze vragenlijst (.pdf) van Sanquin. Zolang je er maar niet voor hebt betaald, mag je bloed doneren. Ben je als man al jaren met je mannelijke partner samen, zijn jullie strikt monogaam en regelmatig getest op o.a. HIV en hepatitis C en vrij van deze ziekten? Dan ben je nog steeds een onacceptabel risico volgens de bloedbank.

Het beleid van Sanquin is weliswaar al soepeler dan in veel andere landen, daar geld vaak nog de levenslange uitsluiting van homo’s als donor. Het is echter gewoon niet meer van deze tijd om mensen op basis van geaardheid uit te sluiten als donor. Helemaal als je bedenkt dat bij het bepalen van geaardheid wordt uitgegaan van een arbitrair (en achterhaald) gegeven als juridisch geslacht. Het wordt tijd dat de bloedbanken hun denkbeelden bijstellen aan de moderne tijdsgeest, daarbij archaïsch seksisme loslaat en daarbij de donoren gaat behandelen als individu in plaats cliché.

 

Op deze dag…

Ik heb al een poos de herinneringenfunctie van Facebook aanstaan, dagelijks een rijtje met posts van de datum in het verleden. Door de herinnering van 14 augustus 2010, die ik dus gisteren te zien kreeg besefte ik me dat het vandaag 6 jaar geleden is dat de laatste Bredase Harley Dag werd georganiseerd.

opdezedag

Waarom ik dat zo goed weet? Ik zat namelijk dezelfde dag met zweethandjes op de bank bij mijn ouders om uit de kast te komen als transgender. Onderweg naar mijn ouders kwam ik met mijn toenmalige partner in de Bredase binnenstad al de nodige hoeveelheid bulderend en blinkend chroom tegen.

Voordat ik open kaart durfde te spelen richting mijn ouders had ik al het nodige achter de rug wat medisch traject betreft. Na mijn eigen bewustwording, de diagnose voor de diagnose had ik het ook al een half jaar op de wachtlijst uitgehouden. Omdat ik enige zekerheid wilde hebben besloot ik mijn ouders pas het nodige te vertellen na de intake bij het Genderteam. Eind juli 2010 kreeg ik te horen dat ik op de wachtlijst voor de diagnose was gezet. Een paar weken later toog ik naar het ouderlijk huis.

Van het gesprek zelf staat me weinig meer bij. Wel herinner ik me de enorme opluchting nadat het hoge woord eruit was en de positieve reactie die ik kreeg.

Sinds die dag 6 jaar geleden is er een boel veranderd. Niet alleen in mijn transitie, ook in mijn dagelijkse leven.  Relaties kwamen tot een einde, ik ben tweemaal verhuisd, depressies zijn bevochten. Maar bovenal ben ik gegroeid in wie ik ben. Ik ben een beter mens geworden. Ik sta veel meer in contact met mezelf en mijn eigen gevoelens. Ik ben gewoon meer mezelf dan ooit en ga daar nog wel even mee door. Want klaar? Klaar ben je nooit.

Moet dat nou, die Gay Pride?

Ik hoor die vraag nog vaak gesteld worden als het over de Gay Pride gaat: “Moet dat nou?” Men vind het banaal, overdreven en overbodig, want homo’s hebben toch rechten? Mijn antwoord op die vraag: ‘Ja, dat moet!’ Zolang men de vraag blijft stellen of een gaypride nodig is, is die nodig. De vraag stellen is hem beantwoorden.

De Gay Pride, met als publiek hoogtepunt de bootjesparade door de Amsterdamse grachten heeft niet als doel vulgair te zijn. Het heeft als doel dat homo’s, lesbiennes en in steeds toenemende mate biseksuelen, transgenders en queers zichzelf zichtbaar maken. Ze nemen daarmee nog steeds een risico. Een risico op verbaal en fysiek geweld, risico om je baan te verliezen of geen baan te krijgen (ja, dat gebeurt in Nederland nog steeds), het risico om door je familie of gemeenschap verstoten te worden.

Waarom er dan geen hetero pride is, krijg ik dan nog regelmatig als wedervraag. Die hetero pride is er: 365 dagen per jaar. Elke dag kunnen hetero’s hand in hand lopen met hun partner of zoenen op het station zonder dat er ook maar een haan naar kraait.

Ik wordt daarentegen door een homoseksuele kennis gewaarschuwd dat ik met mijn Hema tompoucen t-shirt toch wel ‘een bepaalde boodschap uitdraag’. Hij gaat zelf naar de Canal Parade om te kijken, maar heeft me ook verteld dat hij zelfs onderweg  naar de grachten niet de hand van zijn partner niet durft vast te houden. Bang voor reacties.

Behalve transgender ben ik ook lesbisch en heb de beide keren dat ik een date in het openbaar zoende daar reacties op gekregen. Reacties van het soort die ik niet kreeg toen ik nog als jongen leefde en mijn (vrouwelijke)partner zoende. De laatste keer was op de roltrappen van het Utrechtse station aan het Jaarbeursplein. De zoen, een hele beschaafde, werd luidkeels aangemoedigd door gejoel vanaf de andere roltrap.

Tot op heden heb ik nooit veel behoefte gehad om deel te nemen aan de Gay Pride. Maar mijn eigen ervaringen, beide met een beschaafde zoen doet mij er anders over denken. De gebeurtenissen twee maanden geleden in Orlando maken dat gevoel nog sterker. Ik wil naar buiten treden. Ik ben trots op wie ik ben als lesbienne én als transgender.

Tijdens het schrijven aan dit blog kwam de inspiratie me pardoes aanwaaien. De NOS citeert uit een merkonderzoek naar de grootste evenement in Nederland dat de Gay Pride nog steeds niet is ingeburgerd en nog altijd veel weerstand oproept onder de Nederlandse bevolking. Het calvinistische adagium ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!’ wordt daarbij van stal gehaald. Je mag best homo zijn, zolang je het maar niet in het openbaar doet en je vooral wel naar heteroseksuele normen vormt.

Maar ook meer specifiek voor transgenders is de pride nodig. Op het moment dat de Gay Pride in Amsterdam volop aan de gang is en de stad zich opmaakt voor de Canal Parade noemt Amsterdams VVD gemeenteraadslid Daniel van der Ree transissues op Twitter nog even”Onzin.” Je zou vandaag maar op de VVD-boot staan tijdens de parade, wetende dat die vrijheid uit de naam nogal kieskeurig wordt geïnterpreteerd.

Dit jaar moet ik tijdens de Pride evenementen werken, invallen voor mijn collega die extra hard moet dansen in mijn plaats. Maar met dank aan mijn broer die speciaal voor me naar Amsterdam is gegaan om een beetje Gay Pride naar mij te brengen:

wp-1470421274684.jpg

Want de Gay Pride is nodig, net zo lang tot iedereen met zijn/haar/hen partner(s) hand in hand over straat kan lopen en deze ook gewoon een afscheidszoen kan geven op het station. Net zo lang tot er niet meer opgekeken wordt van kinderen met twee vaders of twee moeders. Net zo lang tot gemeenteraadsleden transgenders geen onzin meer vinden. En vooral net zo lang tot de vraag ‘Moet dat nou?’ niet meer gesteld wordt.

Chirurgie: noodzakelijk of verfraaing?

De grens tussen noodzakelijk aanpassingen aan mijn lichaam en optionele verfraaiing is slechts een heel dun stippellijntje en omgeven voor door een groot grijs gebied. Wat is de grens, wanneer is het genoeg?
Een maand of wat geleden vroeg iemand me of ik nog wel eens dysfore gevoelens had. “Nee, al een tijd niet meer.” Was mijn antwoord. En het as alsof ik een tweede keer Beetlejuice had gesproken en het in de periode daarna nog een derde maal over mijn lippen is gekomen. Want dit voorjaar sluimerde het weer. Onvrede en vooral onzekerheid over mijn lichaam.
Ik ben me inmiddels heel erg bewust van hoe erg je gemoedstoestand je zelfbeeld kan beïnvloeden. Als ik me goed voel kost het me moeite om de mannelijke trekken in mijn spiegelbeeld te zien. Als ik me slecht voel is het alsof iemand (laten we hem even Scumbag Brain noemen) met fluoriderende stift alles waarover ik me onzeker over voel op de spiegel even uittekent Het klinkt misschien raar, of juist bekend, maar ik zie mijzelf écht anders in de spiegel naar gelang mijn stemming is.
Onlangs kwam ik wat berichten tegen over Facial Feminisation Surgery ofwel plastische chirurgie om het gelaat te vervrouwelijken. In de transwandelgangen wordt deze ingreep meestal aangeduid met de Engelse afkorting FFS. Dingen die in een dergelijke operatie veel worden aangepakt zijn de neus, een kaakversmalling en het wenkbrouwbot. De het verkleinen van de neus en versmallen van de kaak liggen voor de hand. Het wenkbrouwbot heeft in het Engels een toepasselijke naam: de brow ridge, deze rand steekt bij mannen verder uit dan bij vrouwen.
Als je mijn blog de laatste maanden een beetje hebt gevolgd zal je het weten: er is momenteel het nodige te doen over het opnieuw onder de basisverzekering laten vallen van borstvergrotingen bij transvrouwen. -Meer daarover kan je in mijn blogreeks over dit onderwerp lezen.- De FFS is daarentegen al die jaren gewoon vergoed geweest, althans onder voorwaarden. Je moet er onder andere een verklaring van een psycholoog voor hebben dat de ‘misvorming’ ernstig genoeg is en de zorgverzekeraar verlangt foto’s. (Dit is zo’n geval waar zorgverzekeraars graag op de stoel van de behandelaar gaan zitten.
Zo’n operatie aan mijn gezicht zie ik niet zo zitten. Ik heb geen super vrouwelijk gezicht, maar ook eer geen super mannelijk. Ik vraag me af of ik überhaupt voor vergoeding in aanmerking zou komen. Zo nodig vind ik het zelf al niet, laat staan dat een verzekeringsarts dat gaat vinden. Als ik dan iets aan mijn gezicht zou laten doen, dan vind ik het naar voren halen van mijn haarlijn nog het meest waarschijnlijke.
Ook vind ik het gewoon lastig: want een gezicht veranderen is toch behoorlijk anders voor je identiteit. Niet alleen lijk je in één klap minder op de pasfoto in je paspoort. Je lijkt ook minder op je eigen jeugdfoto’s. Een FFS is wat anders dan een scheve neus rechtzetten of hangende oogleden laten liften. Met zulke ingrepen blijft je gezicht grotendeels hetzelfde en herkenbaar. Maar een FFS kan echt een grote ingrijpende verandering van je uiterlijk zijn. Ik durf zelfs te zeggen een grotere verandering dan degene die ik met mijn sociale en hormonale transitie al heb doorgemaakt.
Na het lezen van dit artikel op The Huffington Post ben ik al helemaal terughoudender met nadenken over de noodzaak tot meer ingrepen. In het artikel verteld een deelneemster van The Swan, een make-overprogramma waarin plastische chirurgie een belangrijke rol speelt, over de nasleep van ingrijpende veranderingen aan haar lichaam en gezicht. De chirurgische ingrepen bleken achteraf toch niet de oplossing voor haar onzekerheden. Ze is eigenlijk alleen nog maar in een dieper mentaal dal terecht gekomen.
Zelfverzekerdheid krijg je niet van alleen maar een scalpel en wat hechtdraad, daar is veel meer voor nodig. Twee jaar geleden, in de herstelperiode na mijn operatie heb ik daar ook al over geschreven in Overschat. Als ik dat nu zo teruglees heb ik duidelijk een paar enorme stappen voorwaarts gemaakt in mijn zelfbeeldproblemen. Inmiddels ben ik er achter dat die geslachtsoperatie absoluut het juiste pad is geweest om te volgen en dat het me toch echt wel meer opgeleverd als dat ik toen durfde te zeggen. Dat blog van destijds is ook gewoon een reality check: zelfverzekerdheid en een positief zelfbeeld moeten van binnenuit komen. Medisch ingrijpen is daarbij een hulpmiddel, geen oplossing.
Door recente ontwikkelingen in mijn persoonlijke leven zijn ook de  overwegingen over het formaat van mijn borsten is de laatste tijd in een wat ander licht komen te staan. Kort gezegd: ik vind ze gewoon te klein, maar ik ben er nog steeds niet over uit of ik het de moeite vind om een vergroting te laten doen.  Maar sinds een tijdje is er iemand in mijn leven die er een duidelijke mening op na houdt: “Je boobs zijn prima. Niet groot, maar wel van jou!” Als we samen zijn vraagt ze me ook bijna resoluut om de vullingen uit mijn BH te halen. En ja, ik ben gevoelig voor dat soort meningen. Ondanks dat die vullingen een belangrijke pijler van mijn zelfverzekerdheid. Al kan je je afvragen hoeveel draagkracht schuimrubber heeft als fundering.
Waar voor mij de grens ligt tussen noodzaak en verfraaien van mijn lichaam is gewoon niet duidelijk te bepalen. Vooral niet omdat die grens, afhankelijk van mijn gemoedstoestand, heen en weer schuift. Dat is ook precies de reden waarom ik geen concrete stappen heb gezet in de aanloop naar een eventuele borstvergroting en aangezichtschirurgie.
wp-1469289653434.jpg

Mijn schuimrubberen zelfverzekerdheid

Borsthaar

Zomaar een gesprek op kantoor:

“Ben je eigenlijk nog bezig met ontharen?”
“Ja, heb nu zo’n 15 behandelingen gehad in mijn gezicht en 3 op mijn borstbeen.”

Waarop we wat verder praten en ze opmerkt dat ik vast niet heel zware lichaamsbeharing had voor ik aan mijn transitie begon, aangezien mijn eigen haar blond is.

“Donkerblond.” Verbeter ik, en laat de binnenkant van mijn elleboog zien. “Op mijn borst ook, het is zo erg dat ik al de hele dag de hals van mijn jurk omhoog trek omdat er een paar haren zitten.”
“Ik zie niks.”
“Kijk, daar!”
“Ik zie nog steeds niets.” Ik draai de bureaulamp om en schijn deze vol in mijn decolleté.
“Helemaal niets…”
“Over dat soort dingen ben ik hyperzelfbewust, ik kan die paar haren zelf gewoon niet negeren en zie ze de hele dag.”

Zie maar ze zitten er echt! Ik hoefde alleen maar een beetje moeilijk te doen met een felle lamp, de macrofunctie op mijn telefoon en schuiven met contrast om ze op de foto te krijgen.😀

wp-1467405504475.jpg Voor een idee van schaal: die stippen zijn 2 mm groot. Het valt allemaal wel mee.

Algemeen Dagblad: transvrouwen zijn mannen

Noemde ik gisteren het nieuwsbericht in het AD waarin transvrouwen met ‘mannen’ werden aangeduid. Nou, daar mag ik niet over klagen. In een korte uitwisseling op Twitter met journalist Edwin van der Aa kreeg ik te horen dat ik ‘te streng ben‘ en dat wordt me ‘geluk in het leven ondanks mijn boosheid gewenst’. Het is Philippe Remarque all over again.

Ik moet maar blij zijn dat meneer de journalist medelijden heeft met mannen die doen alsof ze vrouw zijn, want dat ben ik in zijn ogen. Ik moet blij zijn dat hij überhaupt mijn kant op kijkt. Dat hij woorden aan mij vuil maakt.  Blijkbaar moet ik nu zijn voeten kussen en hem vereren als mijn grote redder. Om de een of andere reden begint het woord privilege in me te dagen.

Om het risico van verwijderde tweets te voorkomen heb ik maar even een screenshot van de conversatie gemaakt.

Vanderaaconvo

De stoomcursus schrijven over transvrouwen en transmannen van Asha ten Broeke vind je op haar eigen site: ‘Zes spelregels: hoe schrijf je over een trans vrouw of trans man?’ Ook al ben ik het niet helemaal met haar eens, vooral als het om de spatie tussen het voorvoegsel en zelfstandig naamwoord gaat. Het is wel het beste stijladvies dat ik ken.

Toevoeging:
Inmidddels heeft Van der Aa toch nog een excuus gemaakt. Niet naar mij, wel in een meer algemene zin in een tweet gericht aan Eveline van den Boom:

Politieke hoop

Er is toch weer een sprankje politieke hoop voor vergoeding van borstvergrotingen. Over het onder strikte voorwaarde opnieuw opnemen van borstvergrotingen in de basisverzekering heb ik al het nodige geschreven. Het laatste nieuws was een paar weken terug toen de minister aangaf het advies van het Zorginstituut één-op-één over te nemen. Inclusief de zeer strenge eisen voor trans- én cisvrouwen. Deze week heeft de tweede kamer hierover haar zegje kunnen doen en hun woorden stemmen hoopvol.

Sinds de laatste nieuwsberichten hebben belangenorganisaties Transgender Netwerk Nederland, Transvisie en het COC niet stil gezeten. Zij hebben verschillende kamerleden weten te bereiken met hun boodschap. Inmiddels zijn D66, Groen Links, SP en PvdA het niet eens met het besluit van Minister Schippers. Twee mogelijkheden liggen nu op tafel: een mogelijke motie van de SP om borstvergrotingen bij transvrouwen in het basispakket voor 2017 te voegen of een speciale subsidieregeling als proef. De Minister heeft aangegeven alsnog open te staan voor overleg over dit onderwerp. Dit overleg staat in de agenda voor september. In het najaar zullen we meer gaan horen.

De nieuwsberichten hierover druppelden gedurende de dag binnen, vanuit diverse bronnen. Het nieuwsbericht van het Algemeen Dagblad viel op met deze alinea:

Transgender Eveline van den Boom, voorzitter van patiëntenorganisatie Transvisie, denkt er anders over: ,,Een borstvergroting is een onlosmakelijk onderdeel van de totale transitie. Als je een sauna binnenloopt, mag niemand eraan twijfelen dat je een vrouw bent.” Het gaat om ruim honderd mannen per jaar. Volgens de briefschrijvers kost de vergoeding ‘slechts’ 250.000 euro op jaarbasis.

“Ruim honderd mannen per jaar.” Het stijlhandboek van het AD mist blijkbaar nog een hoofdstuk LGBT-vriendelijk schrijven. Dat of mijn transitie is blijkbaar voor niets geweest volgens de krant. In elk geval heeft journalist Edwin van der Aa nog wat te leren.

Dit artikel is onderdeel van een reeks blogs over mijn persoonlijke issues met mijn cupmaat en de verzekeringstechnische aspecten van borstvergrotingen. Lees hier de rest van de artikelen.